Logo van de kerkZicht op de kerkKerk aan binnenzijdeGlasraamZicht op de kerkLogo Web Ronse
titel
Agenda Contact Log in


Kerst

Preken en bemoedigingen


Stille nacht, heilige nacht, Davids Zoon, lang verwacht…

Lang verwacht was hij in elk geval, de messias.
Al eeuwen daarvoor hadden profeten over Hem gesproken, hoorden mannen over Hem in de synagogen, vertelden vrouwen over Hem aan hun kinderen. De Redder van de wereld, Davids Zoon zou komen om het volk te verlossen uit hun ellende.

Dat de ellende waaruit Hij hun verlossen zou, niet vanbuitenuit kwam, maar vanbinnenuit, dat het ging over de zonde in de mens in plaats van de politieke bezetter die het de mensen moeilijk maakte, dat hadden ze spijtig genoeg niet door, maar op de Messias werd gehoopt, naar Hem werd verlangd, zeker omstreeks het jaar 0, in de periode waarin de Romeinse bezetter steeds maar meer belastingen vroeg, en overal soldaten en wachten had staan.

Lang verwacht was hij dus, die Messias, die Koning die regeren zou met sterke hand. Koning Herodes kreeg het benauwd als hij eraan dacht dat hem de macht wel eens kon afgepakt worden; hij had het zó benauwd dat hij alle jongens onder de twee jaar liet uitroeien, toen hij van drie wijzen vernam, dat die grote Koning zou zijn geboren.

Herodes is nooit meer iets te weten gekomen over die koning, want Jezus werd in zijn volk nooit als koning erkend. Herodes zal gedacht hebben dat zijn bloedbad Gods plan had verhinderd.
Maar dat is wat Mattheüs ons vertelt…

Lucas die heeft een ander verhaal, een verhaal dat in de hele wereld bij christenen en niet-christenen bekend is geraakt. Een ongelofelijk verhaal van die grote langverwachte Messias, die geboren werd… in een voederbak.

Kribbe, noemt de bak in de vertaling. Dat is oud-Nederlands voor voederbak. In onze woordenboeken staat er altijd voederbak voor de beesten. Dat is vanuit onze cultuur gedacht: de os en de ezel in de stal eten hooi uit een voederbak.
Maar de joodse cultuur was natuurlijk heel anders.
De stal en de os en de ezel, die staan dan ook niet in het verhaal.
Jezus werd in een voederbak gelegd, gewikkeld in doeken, omdat er geen plaats was in de herberg.

De herders in de velden zijn de eerste die op de hoogte worden gebracht.
Ze schrikken. Het is het verst van hun gedachten, dat ze midden in de nacht een engel van de Heer zouden ontmoeten, zij die niet zo erg met God bezig waren, wat aan de rand van de maatschappij leefden.
Maar ze worden GEGREPEN door het goddelijk woord!

Ze luisteren, ze volgen, ze gaan op weg, op het woord dat ze hadden gehoord: “Vandaag is in de stad van David voor jullie een redder geboren. Hij is de messias, de Heer. Dit zal voor jullie het teken zijn: jullie zullen een pasgeboren kind vinden dat in een doek gewikkeld in een voederbak ligt.”

De herders krijgen een teken, niet een routebeschrijving of zo, maar een teken. God wil hen iets zeggen.
Jezus is niet zomaar op eender welke plek geboren….

Het zal geen toeval geweest zijn dat hij net tijdens de volkstelling het daglicht zag, want men moest naar zijn geboortestad en Jozef kwam uit het geslacht van David en die waren van Bethlehem afkomstig.
Beth betekent “huis” en “lehem” betekent “brood”. Jezus moest geboren worden in het huis van het Brood. Dat was een hint van God zelf!

Want waar moesten de herders naar op zoek? Ze moesten naar de stad van David trekken, niet naar een stal ergens te velde. Naar een plek waar geen plaats was om te bevallen. De herbergen zaten overvol, en waren rumoerig, want dat waren geen hotels, zoals nu, met aparte kamers; Er waren grote vertrekken rond een binnenkoer gebouwd en de ene kant was voorbehouden voor de vrouwen en de andere kant voor de mannen. Dat was geen plek om te bevallen. Gelukkig hadden die herbergen een achterkamertje met de bak waarin ze hun brood bewaarden, een houten bak, een soort kribbe met propere doeken erin, want als het brood nog warm was, wikkelden ze het in doeken. Door het zweten van het brood bleef het langer vers. En zie daar in zo’n achterkamertje werd het kind geboren, gewikkeld in een verse doek, zoals een brood, warm gehouden.

Heeft Jezus later niet gezegd: “Ik ben het brood dat uit de hemel is neergedaald.” En daar lag hij dan, in de broodbak, in de stad genaamd Huis van het brood.

Daarom hadden de herders een teken gekregen en geen routebeschrijving. Nadat Jezus gezegd had: Ik ben het brood dat uit de hemel is neergedaald, voegde hij eraan toe: wie gelooft, heeft eeuwig leven.

De herders geloofden en gingen kijken en zij traden de eeuwigheid binnen. Lees, hoor, wat er staat: De herders, het uitschot van de samenleving! Zij gingen terug, terwijl ze God loofden en prezen om alles wat ze gehoord en gezien hadden, precies zoals het hun was gezegd. En de mensen waren verbaasd over wat de herders tegen hen zeiden.
Het zal nog niet zijn, dat je van zulke mensen de goddelijke boodschap moet horen.

Zo mogen ook wij als gelovigen in die eeuwigheid leven. Velen denken bij eeuwigheid aan iets wat na de dood pas begint, maar je gaat de eeuwigheid binnen, vanaf het moment dat je het juiste voedsel eet, het brood dat leven geeft.
Jezus ontvangen in je leven, dat is Zijn woord eten en eten dat wil zeggen in je opeten. Ik zou bij de bourgondiërs van deze streek zelfs durven zeggen: eten is met plezier, met vreugde, met smaak in je opnemen.
Wat Jezus ons aan voedsel gééft, dat is zo onbeschrijfelijk smaakvol, dat je als vanzelf God gaat loven en danken en prijzen!

En als vanzelf voltrekt zich het wonder: Eer aan God in den Hoge en vrede op aarde voor de mensen die Hij liefheeft!



© 2017 - Protestants-evangelische kerk Ronse-Maarkedal-Kluisbergen - - - Aantal bezoekers: 16192.

Nu is er 1 bezoeker online - - - De meeste bezoekers ooit online was: 6 op 18-10-2017 (sedert 1-10-2017).



Uw browser is: Unknown ? overzicht Unknown rapport:
CCBot/2.0 (http://commoncrawl.org/faq/)